Verschenen in DYNAMIS jaargang 2007 nr. 45

De vitale verstoring

Kicken van een vrije val

Een kritiekgevoelige en agressieve jongeman heeft het gevoel nooit iets goed te doen. Valdromen en hoge snelheden bezorgen hem een kick. Voordat deze uitgebreide casus aan bod komt, vertelt Anne Vervarcke over haar ‘AV-methode’: een verfijnde, homeopathische werkwijze om achter het simillimum te komen. Begrijp de woorden van een patiënt en pas ze als een driedimensionale puzzel in elkaar. Pas dan werken we in op de vitale verstoring.

Tekst: Anne Vervarcke           Bewerking: Froukje Klaver

In mijn eerste lessen homeopathie leerde ik dat ziekte een verstoring op het vitale niveau is. Op lichamelijk en geestelijk gebied wordt daar door middel van tekens en symptomen (‘signs and symptoms’) uiting aan gegeven. De middelen die een patiënt kunnen genezen, moeten dus ook op dat vitale niveau hun werkzaamheid hebben en dat kan - aldus Hahnemann - alleen met gepotentieerde middelen. Bovendien moeten die middelen niet tegengesteld aan de klachten zijn van de patiënt, maar op basis van natuurwetten gelijksoortig.
Bovenstaande vat zo’n beetje de kern van de klassieke homeopathie samen, die in de eerste 70 aforismen van het ‘Organon’ staat uitgewerkt. De overige aforismen behandelen de praktische toepassing van die theorie.
De bijna twintig jaar die daarop volgden en waarin ik intensief homeopathie studeerde, praktiseerde en doceerde, bleef er één cruciale vraag onopgelost, namelijk: Wat is een vitale verstoring? Ook bij onze opleiding, die vanaf de begindagen in 1990 geïnspireerd is door Sankaran, werd daarover gefilosofeerd. Zo’n tien jaar lang zochten we naar ‘het gevoel achter het gevoel’ (‘delusion’), waarmee we op de vitale verstoring dachten te werken. ‘Dachten’, omdat het mij inmiddels duidelijk is geworden dat ook dit nog niet het eindpunt is.

Nog geen eindpunt
Een mens bestaat uit een stoffelijk lichaam met daaromheen een aantal fijn stoffelijke lichamen. Om praktische doeleinden heb ik een onderverdeling gemaakt in vijf lichamen, die voor de homeopathische praktijk volstaan:

1. Het fysieke of stoffelijke lichaam.
2. Het energetische of etherische lichaam.
3. Het astrale of emotionele lichaam.
4. Het mentale lichaam.
5. De vitale laag.

Het stoffelijke lichaam (1) wordt omgeven door het etherische - (2), alwaar zich de energiehuishouding afspeelt: de ademhaling, chakra’s, licht, lucht, beweging, klimaat, magnetische velden, et cetera. Het is duidelijk dat er op dit niveau verstoringen kunnen zijn via: slechte ademhaling, pollutie, elektromagnetische vervuiling, aardmagnetische velden, schadelijke materialen en wat dies meer zij.

Energiegeladen emoties
Het lichaam daaromheen is de astrale laag (3). Hier tekenen de met energiegeladen emoties zich af. Restanten van onverwerkte en hevige, emotionele trauma’s of kwetsuren kunnen dit lichaam beschadigen.
Bovendien worden op dit niveau hevige emoties van anderen (woede, afkeer, geweld, verdriet) gevoeld en eventueel zelfs binnengelaten. De mens kan namelijk onbewust connectie maken met emotionele pijnlichamen van anderen (zie Eckhard Tolle) of met de trauma’s van grote groepen mensen op een bepaalde plaats.
Het spreekt vanzelf dat ook emotionele verstoringen op de andere lichamen werken, vermits de vijf lichamen in elkaar vervat zitten en door elkaar heengaan. We moeten ze ons dus niet voorstellen als de schillen van een ui, maar als een steeds meer verdichte laag van het organisme ‘mens’.
Rond de astrale laag bevindt zich het mentale lichaam (4), waar al onze gedachten en overtuigingen over onszelf en de wereld huizen. Het is het niveau van het collectieve onderbewustzijn waarin de totale, menselijke geschiedenis is vervat en de archetypen zijn opgeslagen. Het zelfreflecterend, menselijk bewustzijn bevindt zich op dit niveau.

Blauwdruk
Komen we tenslotte bij de vitale laag(5). De naam is een beetje ongelukkig gekozen, omdat ‘vitaal’ geassocieerd kan worden met ‘vitaliteit’ en daar heeft het niets mee te maken. ‘Vitaliteit’ is een eigenschap van het tweede niveau: het is een kwantitatief begrip dat overeenkomt met de algemene en vage term ‘energie’.
Het ‘vitale’ niveau is daarentegen de plaats waar de blauwdruk van de mens zich bevindt: zijn levensplan waarin alle attributen, instrumenten, medespelers en omstandigheden die daarvoor het meest geschikt zijn, vervat zitten. Als de ziel hier een les komt leren en zijn omstandigheden daartoe kiest (ondermeer ook wanneer de kwaliteit van de tijd optimaal is om geboren te worden in functie van de beoogde les), betekent dat ook dat de familie gekozen wordt (zie familieopstellingen). Alsook de constitutie (miasma’s en genetisch materiaal), de persoonlijkheid en levensomstandigheden (karma) en dus ook de zogenaamde ‘vitale verstoring’. Genoemde verstoring is een disharmonie in de mens, de allerdiepste gewaarwording van zichzelf, welke als ‘niet oké’ aanvoelt..
Sankaran zegt: ‘Het is het lid van een substantie, die niet specifiek menselijk is. Met andere woorden: plantaardig, dierlijk of mineraal en die onze menselijke frequentie verstoort.’

Fenomenologie
Ik meen dat het een frequentie kan zijn van om het even welke substantie, of zelfs van een idee, een proces, een levenswijze of een specifiek menselijk artefact. Laat ik mij duidelijk maken:
Naar mijn overtuiging is de wereld fenomenologisch. Het is ons constituerend en betekenisgevend bewustzijn dat onze buitenwereld creëert: er bestaat geen objectieve werkelijkheid, die buiten ons gewoon zijn gangetje gaat. Bovendien heeft de mens het vermogen om al vanaf de peutertijd op een werkelijk spectaculaire manier te symboliseren. Het kleinste kind kan een rode, gele of groene appel herkennen. Hoe groot of hoe klein ook, in stukjes, al of niet geschild, afgebeeld in een kleurboek, gestileerd, op de televisie, sprekend en zingend in een film, in plastic of pluche, papier of steen, getekend in onbeholpen krabbels of gefotografeerd. Het kind kan zelf een appel tweedimensionaal op papier zetten en het benoemen bij een symbolische klank: ‘appel’. Voordat het zes jaar oud is, kan het kind dit symbool omzetten in tekens op papier en enkele jaren later in drukletters, hoofdletters, intoetsen op de computer en dat waarschijnlijk in verschillende talen.
Dit is indrukwekkend en toch vinden wij dat allemaal de normaalste zaak van de wereld. Het is dan ook des mensen’s om te symboliseren, hoewel dit een heel ingewikkeld proces is.

Conceptueel
In grote lijnen komt het erop neer dat wij patronen herkennen. Als er voldoende eigenschappen herkenbaar en waarneembaar voor ons zijn, herkennen we een coherent patroon. We kunnen dat benoemen en op die manier zijn we ook in staat om te communiceren.
Mijn stelling nu is dat ieder herkenbaar patroon, wat het ook is, in aanmerking komt als symbolische verstoring voor het vitale niveau. Hahnemann zei immers al in aforisme 148 - wat hij in de 6de editie inlaste om iedere verwarring uit te sluiten - dat ziekte geenszins iets materieels is, maar integendeel een conceptuele, ‘geest-achtige’ verstoring op onze conceptuele, ‘geest-achtige’, vitale kracht.
Een concept is een idee, een opvatting, iets wat betekenis voor ons heeft. Op die manier zouden we ziekte een met betekenis geladen patroon kunnen noemen in onze blauwdruk, ons levensplan. Het geneesmiddel moet derhalve met een gelijksoortige betekenis geladen, coherent patroon symboliseren. Op die manier beschouwd is de vitale verstoring ook één van de nuttige attributen van de mens, want het zet hem/haar op weg, maakt hem zoekende en houdt zijn kans op heling in.

Driedimensionale puzzel
Dit klinkt moeilijker en verder gezocht dan het in werkelijkheid is. In de praktijk volstaat het om de woorden van de patiënt te begrijpen als stukjes die samen een driedimensionale puzzel vormen: een coherent met betekenis geladen patroon.
Tijdens postgraduaat dagen demonstreer ik hoe dat in zijn werk gaat (‘AV-methode’). Ik consulteer dan een patiënt, terwijl de studenten en homeopaten deze op de video mee volgen. We analyseren gezamenlijk. Tot nu toe hebben we alle cases op deze manier kunnen oplossen.
Om een beter beeld te krijgen hoe één en ander in zijn werk gaat, volgt nu de casus van een 32-jarige plaatwerker. Hij woont alleen.

Wegwezen
In een rap tempo en van de hak op de tak springend vertelt deze arrogante jongeman zijn verhaal: ‘Op de basisschool werd ik al veel getreiterd en gepest... Ik heb mij teruggetrokken, maar op de middelbare school is dat omgeslagen: daar had ik een grote bek en was mateloos populair... Ik was altijd anders dan de anderen... niet thuis in mezelf... Toen een vriend van me is overleden, is alles omgekeerd... Ik ging van 82 naar 64 kilo... Ik heb het toen ook uitgemaakt met mijn vriendinnetje... Er is een nichtje van me overleden... Ik heb ook veel verschillende werkgevers gehad en begon steeds meer te piekeren... Toen ben ik hulp gaan zoeken bij een psycholoog..., die vond dat ik alles goed oploste en ook op de assertiviteitstraining zeiden ze dat ik dat niet nodig had. Ik heb vreselijk veel ruzies met collega’s... Kon het niet met hen vinden... Ik was altijd het type dat graag wegging... Als ik ruzie kreeg, kwam er precies een waas voor mijn ogen... Het gevoel van ‘ik ben weg’ en dan wordt het precies dwangmatig... Ik gooi alles in een sporttas en rij voor drie dagen naar Oostenrijk... Dus ja, en dan was ik weer mijn werk kwijt..., maar de psycholoog vond dat allemaal prima.’

Wat een gedonder
Toen hij 25 was, is de diagnose ADHD gesteld en hij kreeg ritalin voorgeschreven: ‘Wat een gedonder... Ik herkende mezelf niet... Mijn hele leven viel in stukken uiteen in mijn handen... Ik kon niet leven... Ben beginnen te zwerven... Ik heb hier en daar gewoond… Via via ben ik in contact gekomen met homeopathie... Dat is nu zo’n jaar of vijf, zes geleden... Ik ben naar twee verschillende homeopaten geweest... Eén van hen zei: ‘Begin voor jezelf.’... Vorig jaar heb ik nog een vriendinnetje gehad..., maar ik weet al heel lang dat ik homo ben... Dat geeft ook wat rust... De omgeving reageerde wel goed. Maar,... ik ben het spoor compleet bijster... Er klopt iets niet... Dit is mijn verhaal zo’n beetje.’
De vraag is nu waarom deze jongeman het idee heeft dat er iets niet klopt. In hetzelfde rappe tempo probeert hij dit uit te leggen en om zijn woorden kracht bij te zetten, gooit hij regelmatig zijn handen in de lucht: ‘Ik was een vrolijk jongetje, maar mijn ouders hebben mij emotioneel misbruikt… Op mijn 21ste ben ik in een driftbui vertrokken... Het is gewoon nooit goed wat ik doe... Ik word altijd bekritiseerd... Mensen proberen mij tot iets te dwingen…Dan flip ik..., sla iemand het ziekenhuis in.’

Kritiekgevoelig
Wat is zijn gevoel? ‘Het is nooit goed wat ik doe? Toch raakt het mij nog altijd.’
Hij vindt mensen zo dom, zo stupide, zo kortzichtig. Waar hij is, gebeurt er wel wat. Mensen bekritiseren alleen maar en laten hem nooit met rust.: ‘Ik geef aan dat ze moeten stoppen, maar ze gaan door en dan ga ik door het lint… Er komt dan een zwarte waas met paarse vlekken voor mijn ogen… Dan begin ik te gooien, krijgen ze mot op hun hersens.’
Hij heeft achttien werkgevers gehad. Houdt van zijn vak, maar kan slecht tegen kritiek. Kritiek geeft hem een machteloos gevoel: ‘Mijn moeder, de juffen, mijn vriendinnen, de leraren, iedereen… Ze proberen mij allemaal te veranderen. Het is nooit goed… Flikker toch op… Ik wil gewoon mezelf zijn. Mijn moeder heeft me tot mijn 17de geslagen... Toen heb ik eens haar strot dichtgeknepen en gezegd: en nou is het gedaan... Ik heb ze in vier jaar niet gesproken.’

Afgeremd
Hij is zwaar gereformeerd opgevoed: ‘Met de bijbel in de hand pretenderen ze altijd gelijk te hebben. Ze willen je veranderen… Nou, dat wil ik niet. Ik ben eens twee jaar bij gereformeerden verbleven… Ze deden alles voor me, maar ik vertrouwde ze niet. Ik vond het moeilijk er een punt achter te zetten… anders leek ik zo’n ondankbare hond… Ik wilde niet langer afgeremd worden… Ben voor mezelf begonnen.’
Wanneer het hem weer eens teveel werd, heeft hij zich een lange tijd afgereageerd door in een moordend tempo naar Italië te racen: ‘Het liefst heb ik een auto die van nul naar tweehonderd gaat. Ik wil afgeschoten worden en op het laatste moment vol op mijn remmen moeten staan… Racen doe ik uit verveling.’
Nederlanders vindt hij intolerant tegenover allochtonen, al mogen ze van hem wel ‘de steuntrekkers op een booreiland zetten en dat dan een metertje laten zakken’. Hij vindt dat het nieuws maar de halve waarheid vertelt: ‘Er worden zo twee kampen gecreëerd.’

Fysieke klachten
Tussen de bedrijven door vertelt hij een aantal fysieke symptomen:
- Vroeger heeft hij veel keelontstekingen gehad.
- Jarenlang heeft hij last gehad van zijn polsen (gekneusd na valpartij) en rug, hetgeen na een homeopathisch middel verbeterd is. Ook de verergering door vocht en kou is daardoor opgelost.
- Heeft een ‘pesthekel’ aan vocht, zowel warm als koud: ‘Ik word er helemaal gek van, alsof mijn hoofd gaat ontploffen. Het irriteert me. Ik voel me dan beperkt in mijn doen en laten… benauwd.’
- Hoofdpijnklachten, die alleen door slapen overgaan.
- Overgevoeligheid voor medicijnen / verdovingen: raakt hyper, nerveus en overprikkeld.
- Prikkelbaar door onregelmatig eten. Hij eet zo’n vijf tot zes keer per dag.

Valdromen
Vroeger had hij een altijd terugkerende droom over vallen: ‘Vallen, vallen... altijd vallen... Ik stond ergens op een randje en viel... Het geeft mij nog altijd een kick… zoals in de auto... 180: yes!!!...het kan mij niet hard genoeg gaan... De vrije val... Door een homeopathisch middel is dat weggegaan en ik was heel ongelukkig... Ik heb in die periode driemaal een ongeluk gehad en zelfs éénmaal naar het ziekenhuis gemoeten.’
Wat steekt hier achter? Waarom bezorgt zo’n val hem een kick?: ‘Aan die sensatie beleef ik plezier…, de snelheid en het vallen… Ik wil parachutespringen… Dat is vrijheid. Ik wil mij niet gevangen of beperkt voelen. Je bent zo voor iedereen onbereikbaar. Niemand haalt je in… Je wordt niet afgeremd.’

Ruimtegebrek
Het gesprek komt op zijn sociale contacten: ‘Ik barst van de vrienden… Ik kan het prima naar mijn zin hebben, maar moet dan zo ineens vertrekken… Opeens krijg ik het benauwd, moet dan even alleen wezen… Als ik zou blijven, ga ik ruzie zoeken… Ik moet op zo’n moment gewoon ruimte om mij heen. Van mensenmassa’s word ik gek…, in een lift ook. Ik neem altijd mijn hond mee… De mensen houden dan vanzelf wel afstand.’
Op de vraag of hij dat vallen nog eens kan beschrijven, zegt hij: ‘Sensatie... de snelheid... de vrijheid... Onbereikbaar zijn voor iedereen… Technisch gezien kan niemand een grotere snelheid halen… met vallen… Ik kan niet ingehaald worden… Dat is fantastisch...eindelijk vrij.’

Analyse
Er zijn nog een heleboel dingen waarnaar je kunt vragen, maar het gevaar is dan groot om in het verhaal verloren te gaan. Vanaf het eerste ogenblik krijgen we veel en geladen informatie: gepest en getreiterd; driftbuien; waas voor de ogen van woede; misbruikt; iemand het ziekenhuis in slaan; het is nooit goed; in een opwelling de auto instappen en meer dan duizend kilometer rijden.
De woede komt voort uit het gevoel van voortdurend bekritiseerd te worden. Hij waarschuwt enkele keren ‘laat me met rust’. Wordt hier geen gehoor aangegeven, dan gaat hij schelden, gooien, weglopen of naar Oostenrijk of Italië rijden. Hij heeft het gevoel dat anderen (zijn ouders, juffen, leraren, vriendinnen, iedereen) hem proberen te veranderen, terwijl hij zijn eigen leven wil leiden.
Hij praat ontzettend snel, opgewonden en agressief. Ik kan niet alles volgen wat hij zegt.
Het is vrij duidelijk dat deze patiënt een dierlijk middel nodig heeft: hij zit kennelijk in een voortdurende strijd gewikkeld met zijn medemensen en heeft het gevoel dat zij hem last bezorgen. Hij is het slachtoffer van hun bemoeizucht, jaloezie en getreiter. Hierop  reageert hij met woedeaanvallen en agressie (iemand het ziekenhuis in slaan of moeders strot dichtknijpen).

Zij tegenover wij
Tot dat ogenblik gaan mijn gedachten vooral uit naar <I>Lyssinum<$>: de getreiterde en gepeste hond, die aanvallen van razernij krijgt en dan heel agressief is, maar snel wroeging krijgt. Hij is immers afhankelijk. En dan gebruikt hij ook nog de woorden ‘ondankbare hond’.
Was het consult hier afgelopen, dan waren we perfect tevreden geweest met dit voorschrift. Alleen..., een paar dingen passen niet goed: de neiging tot weglopen, heel plots, heel snel en heel ver en het gevoel dat iedereen hem wil veranderen. Dus heb ik geprobeerd daar nog iets meer over te weten te komen.
Hij vertrekt niet alleen in een opwelling naar Italië. Het liefst doet hij dat met een auto, die zo hard mogelijk rijdt: ‘die hem wegschiet’, zoals hij zelf zegt. Hij rijdt 200 kilometer per uur op de autosnelweg en heeft zijn remmen zo afgesteld, dat die heel plots en krachtig remmen. In feite ervaart hij zichzelf als een vrolijke jongen, maar hij voelt zich enorm afgeremd door anderen.
Even later komt hij helemaal op dreef en gebruikt heel wat krachttermen om zijn mening te ventileren, bijvoorbeeld over het gebrek aan tolerantie in Nederland. Dit komt in feite op zijn eigen probleem neer. Intolerant zijn betekent kritiek geven, zich bemoeien, anderen niet met rust laten, mensen willen veranderen of afremmen. En dat is nu precies waar hijzelf zo gevoelig voor is. Hij is bang dat intolerantie en eenzijdige verslaggeving zouden kunnen leiden tot het heft in eigen handen nemen. Als ik vraag wat daar het gevolg van zou kunnen zijn, antwoordt hij: ‘Je krijgt tweekampen, zij tegenover wij.’ Mooier had hij het gevoel uit het dierenrijk niet kunnen verwoorden.

Vrije val
De vraag is nu welk dierenmiddel hij dan wel nodig heeft. Zijn dromen gaan altijd over vallen. Maar het meest merkwaardige is dat zo’n val hem een enorme kick geeft. Zo zelfs, dat hij helemaal ongelukkig werd toen dit met een homeopathisch middel wegging.
Hij zegt: ‘De sensatie, de snelheid en het vallen… Het is het enige waar ik plezier aan beleef.’ Nu beginnen we een goed idee te krijgen van de substantie. Hij wil in zijn snelheid (racen) niet geremd worden. Als ik vraag hem zijn gevoel van zo’n valdroom te beschrijven, zegt hij: ‘Vallen, er is niets mooiers dan dat… De vrijheid… Je bent onbereikbaar, fantastisch.’
Hij voelt zich snel gevangen en geremd. Zijn enige sensatie is de vrije val en de snelheid. In mensenmassa’s kan hij zich verstikt voelen of benauwd. Zelfs op een feestje met vrienden zou hij mensen omver duwen, als hij plots even weg wil omdat hij zich benauwd voelt. Hij wordt er helemaal gek van en neemt zijn hond mee om ruimte om zich heen te hebben. ‘Laat me leven’, zegt hij. ‘Laat me vrij!!!’
Wanneer we kreten horen als ‘gevangen’; ‘benauwd’; ‘vrij’; ‘snel’; ‘beperkt’; ‘mijn eigen leven’; ‘ruimte’ en daar bovenop ‘vrije val’ en ‘snelheid’ is het middel duidelijk.
Ik vraag hem nogmaals te beschrijven wat hij voelt tijdens dat vallen. Hij zegt: ‘Technisch gezien kan niemand een grotere snelheid bereiken, niemand kan je inhalen. Je bent onbereikbaar, alleen en eindelijk vrij!!!’
Duidelijker kan hij het niet verwoorden: het snelste dier ter wereld dat in zijn vrije val door niemand kan ingehaald worden is de valk. De klachten aan polsen en het vaak eten zijn bevestigingen. Ik schrijf (met succes) <I>Falcon Peregrinus 200K<$> voor.

Bronnen
* ‘The Charm of Homeopathy’: Anne Vervarcke (het herkennen van coherente patronen door middel van de ‘AV-methode’).
* ‘Jaarboek Postgraduaat’: Anne Vervarcke (casuïstiek volgens de ‘AV-methode’).