Verschenen in DYNAMIS jaargang 2007 nr. 50

Werken volgens de AV-methode

Gelijken op Jezus

Anne Vervarcke hanteert haar AV-methode om achter de vitale verstoring van de patiënt te komen. Het eerste doel van deze gescheiden vrouw is gelijken op Jezus, want dat is liefde. Zij is geschapen om de anderen lief te hebben, met handen en voeten klaar te staan. De vraag is wat de keerzijde van zo’n hoogverheven doel is. Zij blijkt het slachtoffer te zijn, de tweederangs, die vroeger slaag kreeg van haar bazige broers. Wat ze eigenlijk voelt is opstand, haat en wraak maar ze kiest bewust voor de lieve vrede: ze compenseert haar haat door de weg van liefde en hulpvaardigheid in te slaan. Anne hoort hier het verhaal van de geslagen hond, die altijd zal moeten buigen voor zijn wrede baas.

Tekst: Anne Vervarcke           Bewerking: Froukje Klaver

Sinds drie jaar heeft deze 65-jarige, gescheiden vrouw last van haar pancreas, lever en darmen. Het is begonnen met vaak naar het toilet gaan. Inmiddels is ze tien kilo vermagerd. Ze heeft twee kinderen en vijf kleinkinderen en heeft altijd lesgegeven.
Als ik haar fysieke klacht uitvraag, beschrijft ze een gevoel alsof er rechts iets zit, een gezwollen gevoel dat soms pijn doet. Ze heeft een arts geraadpleegd, maar gaat daar liever niet heen: ‘Ik wil niet al dat vergif binnenkrijgen.’ Van alles heeft ze geprobeerd: homeopathie, darmspoelingen, van allerlei diëten. Nu volgt ze een bloedgroepdieet. Ze mag geen gist en appels eten. De ene keer gaat het nu wat beter dan de andere keer.
In de ergste periode had ze vooral ’s nachts ook zo’n raar opkomend gevoel in haar hoofd: ‘Zo wat zweven... zo raar in mijn hoofd, warm in mijn hoofd en op mijn ogen.... boven de ogen en op de neuswortel, zo nijpend (maakt een handgebaar) dat ’t samentrekt. Rond half twee word ik wakker met pijn hier (wijst rechterkant aan: lever) … een beetje stekend. Het houdt aan tot ik er rond 4.00 uur mee inslaap. Ik kan er dan niet op liggen, moet mij omdraaien.’

Lachend verhaal doen
Wat tot nu toe opvalt, is dat de patiënt op iedere vraag die ik stel breed lacht. Ze zegt dat ze zich om haar klachten niet druk maakt, want dat helpt niet. Als ik vraag of ze nog wat meer kan vertellen over de periode dat het op zijn allerergst was, zegt ze: ‘Ik had last van dromen. ’s Nachts moest ik méér naar het toilet dan normaal. Dat zweverige gevoel is alsof je van jezelf weggaat. Je voelt je een beetje wegzinken alsof je op ’t water gaat varen (lacht), meegaat in een soort diepte. Het verontrust mij niet, want (lacht) ’s morgens word ik altijd weer wakker!’
Het opgeblazen gevoel is dankzij het dieet weggegaan, waarvan ze in nog geen jaar veel is afgevallen: ‘Ik eet geen vergif! Ik eet alles biologisch. Appels, daar had ik last van, die blijven op de maag liggen. Patisserie koop ik niet, ik bak zelf. Vetten en suikers gebruik ik niet. Van de homeopaat mocht ik geen rauw fruit en ook geen rauwe groenten eten… dat vond ik heel erg, omdat ik dat graag eet.’
Er volgt nogmaals een recapitulatie van de klachten en modaliteiten. Van de diagnose word ik niet veel wijzer: dan zou haar dunne darm niet goed werken, de ene keer haar lever niet en de andere keer haar pancreas niet. Vanwege de vermagering is voor de zekerheid darmonderzoek gedaan: alles was in orde. Haar ergste klachten zijn dankzij plantenextracten verbeterd.

Altijd klaar staan
In het begin vond ze het heel erg (lacht!): ‘Als je nooit ziek geweest bent, maar ja… er zijn ergere dingen… je wordt een jaartje ouder. Ik doe nog alles wat ik wil… van babysitten tot parket leggen. Ik ben zo’n type, ik bied het zelf aan… als ik iemand kan helpen, onderbreek ik direct mijn eigen bezigheden. Als ik 15 minuten lees, voel ik mij al schuldig! Ik kantklos, naai, strijk voor zeven mensen, onderhoud mijn huis, ga nog een paar oudjes bezoeken, zorg voor mijn kleinkinderen. In mijn kerkgemeenschap ben ik ook actief. Ik ben protestants christen. Ze mogen mij alles vragen. Ik sta altijd klaar voor een ander en doe dat graag. Of er nu werk te doen is of een luisterend oor nodig is, het maakt mij niets uit. Er is zoveel verdriet en nood bij de mensen.
Wat het met mij doet? De mensen veroorzaken het zelf hé… aan de wereldellende kan je niet veel doen. Als je met mensen praat, wat inzicht geeft en uitzicht... dat er een God is, die ons die vrede geeft. De liefde van God die hij getoond heeft in zijn zoon Jezus en die relatie voortleven en doorgeven aan de mensen… dat is leven, dat is geloven, vertrouwen, dat is het waarmaken van het doel van het leven. Als gelovige is het eerste doel: gelijken op Jezus: dat is liefde… Ik ben geschapen om de anderen lief te hebben... met handen en voeten klaar staan, hulp bieden.’
Op mijn vraag wat liefde voor haar betekent, zegt ze: ‘Dat hangt van de omstandigheden af. Wij zijn gescheiden. Ik heb heel veel van mijn man gehouden, maar hij wou niet meer. Liefde wordt dan hem los kunnen laten. Het ophouden van iemand te houden was het moeilijkste. Maar ook al zit je in de diepste put, je wordt gedragen door de liefde van God en hij geeft je de kracht dat te doen. Liefde is jezelf op de tweede plaats zetten, de ander de gelegenheid geven om echt mens te worden… om gelukkig te zijn.

Levensdoel
Wat is het doel in het leven? Haar antwoord is: ‘Op Christus lijken: heb God lief en heb uw naaste lief, dat is zijn gebod en dat vul je in, dat vul je in met handen en voeten… met je hele zijn. Je mag jezelf niet vergeten hé... als je zelf vrede hebt, kan je er zijn voor de ander. De liefde van God in je… dat is vrede, van daaruit leef je. Als het fout gaat, heb ik iemand waar ik naartoe kan. Je geborgen weten in de liefdevolle hand van God... als je dat hebt, volgt al het andere.’
Er zijn geen dingen waar ze bang voor is, ook vroeger niet: ‘Ik heb een hele mooie kindertijd gehad. We waren met tien. Papa had het heel druk, mama was er altijd. Het enige negatieve was dat ik veel slaag van mijn bazige broers heb gehad. Niemand weet dat... ik heb het er heel lang heel moeilijk mee gehad (lacht). Toen ik al 40 jaar was en erover vertelde, begon ik te schreien of werd ik boos. Nu kan ik erom lachen. Wel heb ik een stukje eenzaamheid gevoeld om als meisje alleen tussen die broers in te zitten. Verder was het een zorgeloze tijd.’
Maar die slaag dan? ‘Ja, maar veel goeie dingen ook.’ Ondanks die slaag? ‘Dat zet je aan de kant voor de lieve vrede, ook al voel je je niet begrepen... het is niet eerlijk... je kunt het als kind niet altijd naast je neerleggen. Tot mijn veertigste heb ik boosheid omwille van die onrechtvaardigheid gevoeld. Het gevaar is dat je teveel gaat invullen met wat er nù is naar die tijd: mama had dit of dat moeten doen. Dat is niet eerlijk.’ Stralend lachend deelt ze mee: ‘Ik ben er wel overheen… heb geleerd te zwijgen, omdat ik geen ruzie wil. De vraag is of de waarheid altijd gezegd mag worden. Het betekent vaak nog meer ruzie en dat wil ik niet. De ene gaat in de slachtofferrol! Alstublieft nee!!!! Ik wil niet, in dat straatje wil ik niet lopen. Ik maak een bewuste keuze.’

Haat en wraak
Welke keuze? ‘Tussen haat, wraak en liefde. Nee, bewaar mij voor haat en wraak. Nee, stop!! Ik sla die andere weg in. Je denkt alles in termen van tegen jou zijn, wat zich uit in woede-uitbarstingen. Er wordt niets voor mij gedaan… ik ben tweederangs... wacht maar, ik zal u wel eens krijgen, hé. Voor mij is alles een wilsbesluit en een keuze. Ik kies niet voor ruzies, van daaruit wil ik niet leven. Ondanks dat een ander wel eens lelijk doet of er geen vooruitzicht is. Het is een keuze om toch blij te zijn.’
Wat is haat en wraak? ‘Het is alles.’ Alles? ‘Het is opscheppen.’ Opscheppen? ‘Roepen en tieren. Ik doe dat niet, laat hen links liggen. Het element zorg is eruit, wat tot allerlei soorten geweld leidt... een straatje zonder einde... de weg van het leven of de weg naar de dood. Geweld is opstand. Je kunt ook opstandig tegen jezelf zijn. Het plaatsen van de IK met twee grote hoofdletters. IK zal beslissen... IK maak het uit. Alles ten koste van de ander, tot ik jouw vrijheid ontneem. Geweld gaat veel verder, het maakt de ander kapot. Het is veel sterker dan egoïsme. IK in het diepste wezen, alle vormen van geweld: ruzie, je wil opdringen, denken in termen van haat. Dat is een straatje waar je niet of moeilijk uitkunt, omdat het een heel stuk opoffering vraagt.’
Wat bedoel je met slachtoffer? ‘Zich benadeeld voelen, tweederangs zijn, ze krijgen minder, er wordt voor hen minder gedaan, je hebt voor hen minder over, medelijden hebben met zichzelf. Ze voelen zich altijd benadeeld.’

Analyse
Het meest opvallende aan de hoofdklacht is, dat de patiënt met het onaangename gevoel ter plaatse van de lever en de stoelgangproblemen, een nijpend gevoel heeft op de neus en het gevoel heeft te zweven.
Het is ook opmerkelijk dat ze alle ongemakken weglacht of wegwuift met uitspraken als ‘er zijn ergere dingen’ of ‘ik klaag niet’. Dit is een hint naar niveau IV. Ze brengt zelf het gesprek op de vele dingen die ze voor een ander doet, het feit dat ze alles laat vallen om iemand te kunnen helpen en haar religieuze inspiratie waar dit alles uit voortkomt. Als ik verder doorvraag, blijkt haar voorbeeld en doel te zijn om zo ongeveer als Jezus te leven. Tegenover zo’n hoogverheven doel moet een even grote keerzijde staan. Deze komt spontaan aan de oppervlakte wanneer de patiënt vertelt hoe ze door haar broers is geslagen en hoe ze daar tot op haar 40ste boos over is geweest en om geweend heeft! Daarna heeft ze een bewuste keuze gemaakt om niet het straatje van haat en wraak te kiezen. De keerzijde is dus genoemd: haat en wraak, dat is haar ware gevoel, haar levensstijl is de compensatie daarvoor.

Bazig IK
Bij verdere exploratie geeft ze ons een beeld van het geweld dat door een bazig IK wordt gepleegd en hoe het slachtoffer zich altijd benadeeld voelt en tweederangs: ze krijgen minder en hebben altijd het gevoel dat er minder voor hen gedaan wordt. De bazige IK legt zijn wil op, ten koste van de ander, trekt zich niet aan wat er met de ander gebeurt. Er is geen uitzicht, het maakt de ander kapot, het is de weg van de dood.
Omdat de patiënt allemaal dezelfde woorden gebruikt voor de IK en het slachtoffer als ze voor zichzelf en haar broers en moeder gebruikt heeft, is het duidelijk dat ze zichzelf beschrijft. Zij is het slachtoffer, de tweederangs, die slaag krijgt van bazige broers die zich niet aantrekken wat er met haar gebeurt. Wat ze voelt is opstand, haat en wraak. Omdat ze dit niet wilt, kiest ze bewust voor de weg van de liefde en hulpvaardigheid, en - indien niet bij de mensen - dan weet ze zich geborgen in de liefde van God.
Dader en slachtoffer, tweederangs, geweld: dit is de gewaarwording van een middel uit het dierenrijk. Ook de twee polariteiten, die zo uitgesproken zijn (‘Mind: Two wills, antagonism with herself’) kunnen op een dierenmiddel duiden: de strijd tussen het intellect en het instinct.
Tweederangs, haatdragend, ruzie (of: absoluut taboe op), wraaklustig, zijn kenmerken van het dier dat altijd zal moeten buigen voor een wrede baas ook als die hem slaat: dat is het verhaal van de hond. ‘Mind: Delusion, floating in the air’ is daarbij een mooie, bevestigende keynote. Ze krijgt een dosis Lac caninum 200K.

Reactie
Twee maanden later volgt een folluw-up. In de tweede nacht na inname van de Lac caninum wordt ze om 3.00 uur wakker met een sterke druk op haar neus en een heel licht gevoel in het hoofd, waarna ze vlug weer is ingeslapen. Drie weken later heeft zij een opgezet gevoel en is tweemaal naar het toilet geweest. ’s Avonds voelt ze de werking van haar darmen en druk op haar neus. Weer een week later ligt zij ‘s nachts tot 3.00 uur wakker met een opgezet gevoel in haar buik en druk op haar neus. De volgende dag heeft zij ‘s morgens lichte pijn in haar leverstreek wat vlug voorbij gaat. Dat is alles. Over het algemeen is de pijn minder en het opgezette gevoel veel en veel minder. Ze volgt nog steeds het bloedgroepdieet. Het bloedonderzoek wees destijds uit dat ze geen haring en sardines, geen appel, mout, gist en eigeel mocht gebruiken. Het idee achter zo’n dieet is het doorbreken van een ontstekingsreactie door de betreffende voedingsmiddelen te mijden en dan langzaamaan weer terug in het menu te brengen. Ze heeft er nogal eens opmerkingen over gekregen en in de familie is er een jaar of vier geleden zelfs ruzie over geweest. Sindsdien mijdt ze iedere discussie daarover.

Scheiding
Het onderwerp dromen komt ter sprake. Er is nu geen opvallend thema dat regelmatig in haar dromen terugkomt, ook niet tijdens haar zwangerschappen. Beide kinderen zijn te vroeg geboren en hebben vanwege het ondergewicht in de couveuse gelegen. Hier is ze erg overstuur van geweest: ‘Om mijn zoon heb ik de hele middag gegild, bij mijn dochter zag ik de bui al hangen.’ Met de borstvoeding is het niet goed gelukt: zij heeft veertien dagen afgekolfd en daarna nam het snel af. Na de geboorte van haar zoon was ze volledig thuis, maar na die van haar dochter liep het anders: ‘Op het werk van mijn man was een reorganisatie aan de gang en hij wilde weg en wilde in het onderwijs of een winkel beginnen. Ik maar praten dat dit niets voor hem was, maar toch... tenslotte stond ik in de winkel en hij kreeg een aanstelling bij het onderwijs. Ik heb vier jaar in de superette gestaan. Het was hard werken. Het is een periode in ons leven geweest waar wij nooit over praatten. Daar is alles verkeerd gegaan. Ik had wel een winkelmeisje, maar je moet kiezen tussen je gezin en je werk. Ik deed dat werk eigenlijk heel graag, maar als je niet achter beiden staat, gaat het niet. Die winkel was zijn idee en ik stond er alleen voor. In de vakantie nam hij de kinderen mee naar het buitenverblijf. Hij ging zijn eigen weg, hé. Ik voelde mij daardoor zo machteloos (is stil nu, denkt lang na en lacht dan toch). Je ziet het verkeerd gaan en je kunt niets doen. Hij moest altijd zijn zin krijgen, er was niet tegen op te tornen. Ik denk dat hij toen al beslist had dat we uit elkaar zouden gaan, maar zou wachten tot ze afgestudeerd waren en dat heeft hij gedaan.... daar valt niet tegen op te tornen... het zat in zijn hoofd.
Op de vraag of ze het al die tijd geweten heeft, zegt ze: ‘Ik wist het, maar hoopte dat het niet waar zou zijn. Ik heb er alles voor gedaan en mij steeds afgevraagd waarom, waarom? Maar er is geen antwoord op en een schuldvraag is er ook niet.’

Jezus als houvast
Ze vervolgt haar verhaal: ‘Aan de ene kant stort je leven dan in, sowieso en aan de andere kant was hij niet mijn houvast in het leven... dat is Jezus Christus: zijn nabijheid is liefde. Als je die keuze maakt, volgen nieuwe wegen en nieuwe mogelijkheden. In mensen word je altijd teleurgesteld, terwijl Jezus je Vriend voor ’t leven is. Maar ‘t is moeilijk, je leven stort in... ook voor de kinderen. Mijn zoon was toen al getrouwd, mijn dochter woonde nog thuis. Hij behandelde haar zoals hij mij behandelde: hij heeft drie jaar niet tegen mij gesproken. Ik bestond niet meer voor hem en mijn dochter is emotioneel niet zo sterk en kreeg een depressie. Ze heeft ook een sterke wil hoor, dat zit wat in de familie... behalve mijn zoon niet. Hij is zeer egoïstisch, zeer egocentrisch ziet ’t allemaal wel… een ander lost zijn problemen wel op.’
Ben jij dan die ander? ‘Mijn zoon is inmiddels ook gescheiden en twee jaar geleden is hij bij mij komen wonen. Hij houdt zich aan geen enkele afspraak. Mijn klachten zijn al eerder begonnen, maar ik denk dat het hierdoor wel erger is geworden. Je zegt je mag bij mij komen wonen, maar verstandig is het niet. Hij aanvaardt absoluut geen gezag.’
Patiënt geeft dan een hele uitleg over haar zoon die nooit zegt wanneer hij mee eet of niet en haar altijd voor voldongen feiten zet. Ze sluit zich er nu vanaf. Er heerst een gewapende vrede: ‘Hij woont nog officieel bij mij, maar sinds veertien dagen is hij bij zijn vriendin gebleven... zonder iets te zeggen. Zulke mensen leven gelukkig, hoor: geen enkele zorg! Je kunt daar niet tegenop. Het zal nog een hele strijd zijn om hem zijn rommel te laten opruimen.’

Analyse
De fysieke symptomen zijn verbeterd, maar het gebeurde wel vaker dat het een tijdje goed ging. We moeten dus afwachten of de verbetering doorzet. Verder krijgen we tijdens dit consult meer ‘story’: de omstandigheden van de scheiding en de problemen met haar zoon, die de patiënt zelf duidt als een mogelijke oorzaak van haar klachten. We zien de kenmerken van het dierenrijk terug in uitspraken als ‘optornen tegen’, ‘wie heeft de schuld?’, ‘zoals hij mij behandelde, ik bestond niet meer voor hem’, ‘hij aanvaardt geen gezag’. In haar perceptie gaat het om domineren of gedomineerd worden: wie is de baas, wie heeft de leiding, wie voert het gezag?
We weten van een Lac canimum dat hij/zij altijd wanneer de gelegenheid zich aandient, een poging zal wagen om het gezag alsnog te verwerven. Omdat er iets minder compensatie zit in het relaas en de fysieke klachten beter zijn, wachten we af. Ze krijgt een dosis Lac caninum 200 SL.

Kroep
Het is inmiddels weer een maand later. Het gaat goed, al heeft ze wel een enorme verkoudheid gehad. Een paar weken terug dacht ze even dat haar oude klachten weer terugkwamen: ze had weer een wat opgebazen gevoel en wat druk op haar neus wat na een tijdje vanzelf weer wegtrok. Wat haar stoelgang betreft moet ze opletten niet geconstipeerd te raken: een sneetje roggebrood helpt. Het bloedgroepdieet is afgerond, maar ze gebruikt nog steeds geen zetmeel en eiwit samen, fruit eet ze apart en ze nuttigt geen ‘rommel’.
In het verleden blijkt ze de mazelen en op haar 19de kroep gehad te hebben: ‘Na een keelontsteking kreeg ik van die witte vellen en een verstikkingsgevoel. De dokter gaf inspuitingen en niemand mocht bij mij, behalve mijn zus die het ook had. Eén nacht heb ik heel lelijk gedaan, ik dacht dat ik stikte en de volgende dag was het beter! Toen was de crisis voorbij.’
En, hoe is nu de situatie met uw zoon? ‘Ik ben al twee kilo verzwaard sinds hij weg is. Hij komt langs voor gerief. Het draait telkens op ruzie uit. Hij beschuldigt mij, doet lelijk en ik zwijg… dat maakt ook kwaad hé? Ik was zo kwaad en heb gezegd: ik wil dat ge nu weggaat. Hij zegt dan sorry en komt dan terug. Die sorry heeft geen waarde... allez, dat mag je niet zeggen... géén diepgang.
Het komt altijd op hetzelfde neer: zijn zus is alles en hij is niets: hij is tweederangs, ik doe alles voor zijn zus en niets voor hem. Dat is jaloersheid en haat… ik weet het: ik doe veel voor mijn dochter, maar ik doe voor hem ook alles. Hij is twee jaar in huis geweest en heeft nog geen papiertje opgeraapt. Ik heb mij volledig afgeschermd, ik weet het.’

De deur wijzen
Hoezo weet u het? ‘Ik gedraag mij niet als moeder volgens hem, maar als lerares. Het zit mij nu goed,  ik heb er al zoveel over nagedacht. Hij is drie jaar ouder, maar zijn zus is altijd rijper geweest en hij is altijd jaloers geweest… het aloude verhaal: jongens denken dat meisjes meer mogen, terwijl meisjes gewoonweg wat meer begrijpen. Hij kan zo lelijk doen: schoppen tegen kasten en stoelen, mij uitschelden. Ik heb altijd gezegd: ik zet u nooit buiten,  maar ‘t was genoeg. Hij schold mij dan nog uit dat ik zo spastisch niet moest reageren.. Hij zal geschrokken zijn hé, en ik heb gezegd: ga nu weg. Normaal maak ik geen ruzie, ik zeg niets. Ik kan heel goed begrijpen dat dit de tegenpartij nog bozer maakt.

In de puberteit was hij zeer zorgzaam voor zijn zusje, nu is het water en vuur. Mijn dochter is op mijn hand en hij is altijd met zichzelf bezig, hij is heel radicaal: zo is 't en niet anders. Hij heeft kritiek op van alles en nog wat. Wat het met mij doet? Niets, ik heb een muur opgetrokken. Het is erg dat je zo’n houding moet aannemen van... ‘t is geen houding van liefde. Ik kon alleen maar zorgen dat alles in orde was: eten, wassen, strijken. Het is misschien maar een halve manier, maar  ik heb er niet wakker van gelegen.’
Wat zou een houding van liefde zijn? ‘Op een fatsoenlijke, vriendschappelijke manier met elkaar omgaan.’ En vijandig? ‘Je komt thuis en je stekels staan al recht. Daar kan ik niet tegenop: het niet aanvaard zijn... hij is een tweederangs zoon. Vorige keer haalde hij mijn schoonzoon aan: zó had hij moeten zijn. Ik heb nooit gezegd dat die beter is. Daar zit de knoop, daar komt de haat, de naijver van... iemand die je graag ziet, daar doe je lelijk tegen... dat dit een vorm van liefde is?’

Analyse
We zien het hele drama van de patiënt terug in haar verhaal over de ruzie met de zoon: hij voelt zich benadeeld, hij is tweederangs. Zijn moeder gedraagt zich niet als een moeder, maar als een lerares en ze doet alles voor zijn zus en niets voor hem. De patiënt vindt de zoon egoïstisch, grof, agressief en hij aanvaardt haar autoriteit niet. Tenslotte zet ze hem de deur uit.
Ze schijnt echter minder de behoefte te hebben om te compenseren door zichzelf heiliger dan de paus te verklaren, een Jezus gelijk, maar brengt de ongecompenseerde gevoelens met de bedenking erbij dat dit niet bepaald aan haar liefdevolle ideaal beantwoordt.
Omdat ook de fysieke klachten verminderd zijn, geven we haar nogmaals een Lac caninum 200 SL. Haar relaas over kroep op haar 19de jaar, waarvoor Lac caninum in de klassieke boeken gekend staat (difterie), bevestigt haar middel.

Bronnen
* The Charm of Homeopathy: Anne Vervarcke.
* Postgraduate Annual 2006 - Life and video cases: Anne Vervarcke.