Verschenen in DYNAMIS jaargang 2007 nr. 52

Werken volgens de AV-methode

Van niemand iemand worden

Anne Vervarcke hanteert haar AV-methode om achter de vitale verstoring van de patiënt te komen. De vraag is wat er achter de lelijke eczeemklachten van deze gescheiden vrouw zit? Ze heeft twee kinderen die niet bij haar wonen en voelt zich aan de ene kant respectloos behandeld en aan de andere kant een slechte moeder. Anne weet het diepste gevoel van deze vrouw naar boven te brengen: de vrouw voelt zich ‘niemand’ en mist de vitale reactie om ‘iemand’ te worden.

Tekst: Anne Vervarcke           Bewerking: Froukje Klaver

Een 44-jarige alleenstaande vrouw werkt in de buitenschoolse opvang. Ze consulteert mij vanwege eczeemklachten en een peesontsteking. Op de vraag of ze kinderen heeft, meldt ze: ‘Twee kinderen, een meisje van 16 en een jongen van 14’ en spontaan voegt ze hieraan toe ‘maar ze wonen niet bij mij’.
Het eczeem is vorig jaar maart begonnen en is toen (en nu weer) met cortisonenzalf behandeld: ‘Het begint altijd zo tussen mijn vingers, eerst rechts en daarna ook links.’
Ik wil alle details weten: ‘Op mijn duimmuis wordt het eerst droog en rood en het gaat jeuken. Dan krijg ik blaasjes tussen mijn vingers die open gaan en ontstoken raken. Vorig jaar ben ik pas na twee maanden naar de dokter gegaan. De dokter dacht zelfs dat het besmettelijk was. Ik heb weken met verband gelegen. Het zag er wit en geel uit... heel lelijk en het jeukte of brandde verschrikkelijk. Ik werd er ‘s nachts wakker van. Eerst heb ik er etherische olie opgedaan, maar de dermatoloog is daar duidelijk geen voorstander van en er is mij cortisonenzalf voorgeschreven. Ik moest het dagelijks tweemaal ontsmetten en er zalf opdoen en verbinden. Met twee dagen was het eczeem weg, maar de kloven nog niet. Tussen mijn vingers voelde ik wel dat er nog iets zat… zo van die broebelkes, maar ik had er absoluut geen last van. Toen ik eind augustus ben gaan fietsen, kreeg ik weer last en heb opnieuw cortisonenzalf gebruikt. In de winter heb ik geen last.’

Broebelkes
Ongeveer drie weken geleden is het opnieuw begonnen. Deze keer is het eczeem begonnen aan haar handen en tegelijkertijd aan haar linkerpols: rode plekken die erg jeuken, ook tussen haar vingers waar blaasjes zitten die je kapot kunt duwen en waar dan vocht uitkomt. Op haar bovenlip en rechterooglid zit een rode plek die jeukt. Omdat het nu ook op haar gezicht zit, is ze eerder naar de dokter gegaan.
Vorig jaar heeft ze het homeopatisch laten behandelen, maar dat viel erg tegen: ‘Ik kreeg een vervanger, die maar een half uur voor mij de tijd nam. Hij stelde geen moeilijke vragen, terwijl ik wilde weten waar het vandaan kwam.’
Omdat ik van plan ben wel degelijk ‘moeilijke vragen’ te stellen, geef ik de patiënt een korte uitleg over mijn manier van werken. Ik leg uit dat ik haar woorden zo goed mogelijk wil begrijpen om achter het ware simillimum te komen en daarom tot in de details doorvraag. Ik vraag haar daarom nogmaals het eczeem in alle details te beschrijven: ‘Het is anders tussen de vingers als die op die plekken… die blaasjes jeuken zo verschrikkelijk hard. Ik duw dan op mijn vingers en er komt daardoor veel doorschijnend vocht uit. Het jeukt dan efkes minder. In mijn gezicht was mijn huid gebroebeld… precies als karton. Mijn gezicht werd dikker en heel rood. Velen vonden dat ik er goed uitzag: wat voller en precies bruin… dat tekende af, zo een lijn… aan de haargrens en later is het uitgebreid naar de hals.’
Wat dacht je dat het was?: ‘Ik dacht aan een allergie voor medicijnen… voor die peesontsteking of die gel.’

Peesontsteking
Omdat de patiënt over een peesontsteking begint, laat ik haar hierover vertellen: ‘Drie weken geleden ben ik met een loopcursus begonnen. Als ik begon te lopen deed het in mijn linkerlies serieus pijn. Even later ging het beter, alleen de volgende dag kon ik bijna niet meer stappen. Ik ben toen naar een sportdokter geweest en die stelde peesontsteking vast.’ Ze heeft er nu bij wandelen geen last meer van, wel bij hardlopen wat ze zo’n vijf keer per week doet.
Wat is je bedoeling? ‘Ik kon dat goed als kind. Als ik iemand zag, wou ik dat ook weer goed kunnen. Omdat ik door mijn enkels zakte, ben ik op een loopcursus gegaan. Zo leer ik vlot en soepel te lopen. Het lopen in een groep geeft mij extra motivatie. Hoewel ik iemand ben die dingen graag alleen doet, had ik dit efkes nodig.’
Zakken door je enkels? ‘Je voelt dat als je dat niet meer gewoon bent… dat is met mijn werk bij de kinderopvang ook zo… als je ineens wilt vertrekken… dat je dan door je enkels zakt… dat het pijn doet als je wilt vertrekken en dat je daar doorzakt… alsof je enkels je niet echt dragen en automatisch hou je je dan in. Ze zijn dan niet soepel en veerkrachtig genoeg.’
Loop je het hele jaar door? ‘Ja, ik ben heel graag buiten en heb het nodig om mij af te reageren. Vroeger heb ik altijd veel aan sport gedaan, heb heel veel gezwommen en gefietst, heb één jaar basketbal gedaan.’
Doe je aan competitie? ‘Ik haat competitie, het maakt me zenuwachtig. Op ‘t moment dat je een wedstrijd speelt, verandert de sfeer…’t gevoel dat je je moet bewijzen. In een team is de sfeer gemoedelijker: niemand neemt je het kwalijk als je ‘t niet goed doet tijdens de training… heel plezant. De vrouwenploeg moest direct wedstrijden spelen. We konden dat nog niet goed en er staan mensen toe te kijken wat ik niet plezant vind. Ik vind het nooit leuk om bekeken te worden. Ik begin onhandig te doen, weet niet wat te doen.’

Afschuwelijk
Toen ze nog thuis woonde, zwom ze iedere dag, fitness deed ze ook vaak om een paar uurkes weg te zijn: ‘Ik had het gevoel dat ik dat echt nodig had... zat op mijn twintigste niet zo goed in mijn vel, denk ik…(weent). Op den duur kon ik het soepel en vlot… en ik werd gerust gelaten: je bent alleen en toch niet helemaal alleen.’
Was dat de reden? ‘De beweging had ik ook nodig…als ‘t mij niet goed gaat, moet ik naar buiten en kunnen bewegen anders begin ik te piekeren. Thuis moeten al mijn vensters open, omdat het huis dan frisser is… je dan wind voelt. In de winter is het drukkend in huis, het voelt dan zwaar. Ik raak sneller vermoeid en begin makkelijker te piekeren. Als de vensters openstaan, is er wat wind en is alles lichter in huis.’

Alle vensters moeten open
Waarover pieker je dan? ‘Ik zou ander werk willen zoeken… en, eerst is mijn dochter bij haar papa gaan wonen, nu mijn zoon. Bij hun papa zijn ze heel vrij, hij is bijna nooit thuis. Voor mijn dochter was dat de reden. Op school doet ze ‘t niet goed: eerst 1 jaar A, dan 1 jaar Steiner, dan een B-attest. Ze gaat heel veel uit. Als ik met haar praat, krijgen we ruzie. Het is een heel dominant kind. Ik heb wel contact met haar, maar het is enkel voor de zaken op te lossen.’
Bij de papa zo vrij? ‘Dat was niet de enige reden. Op de Steinerschool ging ‘t niet met de juf, ik ging veel naar school om te praten. Zij deed niets en als er iets was, hoefde ze maar te bellen of haar papa kwam haar halen. Nu wil ze de vrijheid van bij haar papa en de gezelligheid van bij mij en die combinatie kan niet. Als ik haar te vrij laat, wordt die school weer een ramp. Ze woont nu twee jaar bij haar vader en ik probeer afstand te nemen. Als zij ervoor kiest, moet ze ‘t maar ondervinden. Maar ik blijf het afschuwelijk vinden dat ze weggegaan is… het is zo onbegrijpelijk en afschuwelijk… van kleins af aan heb ik ze alleen opgevoed … afschuwelijk… afschuwelijk. Ik had dat nooit verwacht, maar op de middelbare school was ik ook zo: ik vond ‘t afschuwelijk op school.’

Paniek
Afschuwelijk? ‘Ik had altijd schrik op school, had het gevoel dat ik elk moment ruzie kon krijgen. Mijn dochter is precies stoer, maar is in de grond even onzeker en verlegen als ik. Ik heb het altijd moeilijk in een groep, zal niet makkelijk iets zeggen en heb het gevoel van daar niet op mijn plaats te zitten. Soms krijg ik paniekaanvallen, bijvoorbeeld op een Steinercontactavond. Ik word dan heel onrustig, angstig dat ik iets zou doen… alsof er iets gaat gebeuren… er iets mis is. Ik weet niet waar ik schrik voor heb, maar ik wil dan echt weg. Tijdens die Steinercontactavond stonden die banken in een kring en ik kon niet weg en raakte in paniek. Ik dacht: hoe houd ik het hier vol en wilde weg. Ik probeer mij dan op iets te concentreren… op de naam van mijn kinderen, mijn ademhaling… dan zakt het wat weg.’
Wat bedoel je met paniek? ‘Dat is moeilijk, vooral als het heel stil is en iedereen luistert naar één iemand. Als iedereen praat, is ’t beter. Ik zeg niet graag iets, maar als ik zelf iets zeg is het beter… anders duurt het eindeloos. Ik voel me niet op mijn plaats, niet thuis. In de Steinerschool is dat ook zo: er is veel goeds, maar er zitten ook echte Steinerfreaks. Ik ga nu bij de deur zitten, dat is beter.’
Welk gevoel heb je dan? ‘Ik voel me onzeker en probeer zeker niet de aandacht te trekken, houd mij liever op de achtergrond zodat ze het niet merken. Want dat zou natuurlijk afschuwelijk zijn. Ik zou mij betrapt voelen, dat ik ergens ben waar ik niet moet zijn. Ik zou niet weten wat te doen: blijven of vertrekken? Dat vind ik afschuwelijk… ik sla dan helemaal op tilt en iedereen kan dat aan mij zien. Ik kan niets meer zeggen en zou op zo’n momement willen dat ik niet bestond (weent).’
Vertel een beetje meer. ‘Ik wou gewoon dat ik niet bestond (weent).’
Een klein beetje meer. Ze herstelt zich… ‘Dat ik daar niet wil zijn… ik kan daar niets meer over zeggen.’ Er volgt een lange stilte.

Slechte mama
Kan je iets vertellen over je zoon? ‘Mijn zoon is een heel lief en zacht kind. Hij heeft mij erg gesteund toen mijn dochter wegging. Hij vond het erg dat ze ging, het was zo stil in huis. Op de Steinerschool vindt hij het geweldig, maar het is ongeveer hetzelfde als met mijn dochter: hij deed ook niets voor school en we hadden daar ruzie over omdat ik me daar bezorgd over maakte. In de krokusvakantie is hij bij zijn papa gaan wonen. Nu heb ik het gevoel dat ik geen goeie mama ben geweest. Het is zo onrechtvaardig. Door het vertrek van mijn dochter ben ik maanden overstuur geweest. Bij hem had ik het gevoel dat ik het toch niet tegen kon houden.’
Beschrijf overstuur. ‘Het verlamde mij, ik was niet in staat om iets te doen. Was heel boos op mijn ex: hij had niet het recht, had nooit naar hen omgekeken. Als ik mijn dochter vroeg haar kast op te ruimen, belde ze hem… en hij kwam met een air van ‘is het weer mis?’. Die kinderen mogen alles en ik kan daar niet tegen op. Het maakt mij heel boos en machteloos.’
Machteloos? ‘Dat ze dat zomaar kunnen doen, geen rekening houden met mij. Waarom zorg ik ervoor dat mijn kinderen hem respecteren en niet omgekeerd?’
Wat is je gevoel? ‘Hij heeft mij nooit gerespecteerd. Al vanaf ze heel klein waren, vond hij mij een slechte mama. Ik gaf mijn dochter acht maanden borstvoeding en hij zei dat ik te lui was om mijn kind eten te geven. Als ze vielen, was ik een slechte mama en kreeg er de schuld van. Ik mocht de kinderen niets verbieden… hij vond dat ik niet met kinderen om kon gaan. Ik dacht zelf ook dat ik geen goeie mama was… ik werkte niet, reed niet met de auto. Nu overvalt mij dat gevoel nog: ik ben geen goeie mama anders zouden ze niet weggegaan zijn. Het maakt mij onzeker… zelfs mijn eigen kinderen zien mij niet graag.’

Respectloos
Stelt u eenzelfde situatie voor bij een ander. ‘Ik vind dat kinderen sowieso respect voor hun moeder horen te hebben. Mijn ouders haddden veel ruzie, zeker over de opvoeding van de kinderen, maar wij zouden zo nooit tegen mijn moedere hebben moeten doen. Vader zou dit nooit getolereerd hebben.’
Terug naar de imaginaire situatie. Kunt u een voorbeeld geven van een extreem gebrek aan respect? ‘Dat kinderen hun ouders slaan bijvoorbeeld. Ik begrijp dat niet. Mijn hand opheffen tegen mijn eigen moeder, dat kon niet. In zo’n situatie kunnen die kinderen eigenlijk niet thuisblijven, ze moeten dan naar een internaat of zo… Als ouders sta je dan machteloos… het niet te willen en er niets aan kunnen doen. Dat is heel frustrerend: wat je het allerbelangrijkste vindt, kun je niet in goeie banen leiden… niet in staat zijn… een falen, dat je het niet kunt… dat het niet lukt… dat je niet veel waard bent… wat veel mensen lukt en jou niet… toch niet evenveel waard… niet even bekwaam… niet even goed.’
Hoe is die ervaring? ‘Minderwaardig… dat andere mensen meer zijn en het beter kunnen… dat ze meer weten wie ze zelf zijn en wat ze willen… beter weten waar ze mee bezig zijn… en hoe ze niet moeten doen… niet zomaar iets… (houdt de handen voor haar borst). Ik denk dat die iemand zijn… en dat ik niemand ben.’

Geen basis
Wat bedoel je met ‘niemand’? ‘Iemand die er niet toe doet… het maakt geen verschil of je er bent of niet. Ik doe zomaar iets… weet het zelf niet. Je probeert je tijd hier door te brengen. Er zijn geen dingen die je echt graag doet.’
Wat bedoel je met ‘iemand’? ‘Een echt mens, een echt persoon, die dingen over zichzelf weet, wat hij plezant vindt en niet, wil en niet wil, kan en niet kan, en die ervoor kan zorgen dat het is zoals hij wil of niet wil… dat je zelf kunt kiezen… hoe je leven verloopt. Als je iemand bent, heb je niet zo’n schrik om tussen de andere mensen te zitten (stilte).
Wat ben je aan het denken? ‘Als je iemand bent, weet je beter wie je bent.’
Wat moet je doen om van ‘niemand’ ‘iemand’ te worden? ‘Dat is heel moeilijk. Je moet zelf eerst vinden wie je bent en wat je wilt. Ik weet niet hoe.

Analyse
De CC vertoont weinig karakterisiteken, behalve dat de patiënt in eerste instantie maanden wacht om de dokter te raadplegen en dan uiteindeljk met een ‘lelijke’ ontsteking van het eczeem zit. Zelfs na een rigoureuze behandeling blijven de kloven nog maanden aanhouden, wat bij de ‘state’ hoort en niet bij de pathologie.
Na het exploreren van enkele wegen die de patiënt zelf heeft aangegeven - de sport; de behoefte aan buiten zijn; de ‘wind in huis’; het liever alleen zijn - valt op dat ze tot driemaal toe aangeeft zich ‘niet zo goed te voelen en te piekeren’. Op de vraag ‘waarom?’, antwoordt ze met het verhaal over haar kinderen die haar hebben verlaten om bij hun vader te gaan wonen, terwijl zij ze altijd alleen heeft opgevoed.
Dat er met de kinderen iets aan de hand is, weten we uit de spontane mededeling bij de vragen over de huiselijke situatie: ‘twee kinderen maar ze wonen niet bij mij’. Dit onthouden we vanaf het begin van het consult in de zekerheid dat dit terug moet komen gedurende het gesprek. Het blijkt dan ook inderdaad een kernthema te zijn. Het gevoel wat dit haar geeft, is het gebrek aan respect van de zijde van haar man en van een slechte mama te zijn.

Niemand zijn
Om nog dieper in te gaan op deze voor haar ‘afsschuwelijke’ feiten, vraag ik naar een imaginaire situatie van extreem gebrek aan respect van kinderen ten opzichte van hun ouders en hoe die ouders zich daarbij voelen. Ze antwoordt in termen van ‘onzeker; falen; het niet kunnen wat anderen kunnen; het niet lukken wat iedereen lukt; minderwaadig zijn; waardeloos voelen’. Alle woorden die gedurende het consult over haarzelf zijn gevallen, komen hier terug en we weten dat ze over het diepste in haarzelf aan het praten is. De taal van de substantie klinkt duidelijk door als ik haar vraag hoe of dat is. En ze antwoordt: ‘Het gevoel van niemand te zijn, anderen zijn iemand en ik ben niemand.
Iemand is een persoon die er toe doet, die weet wat hij wil en niet wil, die de dingen in zijn leven kan laten gebeuren of niet gebeuren, en die weet hoe en wat hij moet doen.’
Zij is niet zo ver, zij moet nog de vitale reactie opbrengen om van niemand iemand te worden en dat is haar tot nu toe niet gelukt. Koolstof is de substantie waar het leven op deze planeet mee begint, alle leven is opgebouwd uit een koolstofverbinding of is er één geweest. Om te leven moet er dus koolstof zijn, om iemand te zijn, moet je de vitale reactie om te leven opbrengen. Dat is wat zij mist.
Gezien de diepte van haar wanhoop en de kwalijke verzweringen van haar eczeem met diepe kloven, geef ik haar Carbo animalis MK.

Follow-up
Het eczeem is wisselend aanwezig: er zijn dagen dat ze denkt dat het weg is en dan is het er weer. Het jeukt en brandt dan nog wel, maar het is te doen zonder er iets op te smeren.
Ze heeft geen kloofjes meer en haar sportkwetsuur is bijna over.
Voor de rest, hoe heb je je gevoeld? ‘De eerste week was ik zeer vermoeid. Ik vraag mij af of dat door het middel kwam. Ik was moe en had weinig zin om iets te doen… was vlugger boos op mensen… vroeger was ik verdraagzamer… het is eerder geïrriteerd. Als mensen vroeger op mijn zenuwen werkten, vond ik het niet zo moeilijk om te zwijgen.’
Hoe heb je dat gemerkt? ‘Met vriendinnen, zussen, collega’s, de mensen waar ik meestal mee omga. Mijn colllega is jonger, zeer praktisch. Ze regelt van alles, soms is het een echte wijsneus en heb ik daar echt genoeg van. Of bijvoorbeeld mijn zus: als we van mening verschillen, wil ze mij echt overtuigen. Haar zoon van 11 jaar kan niet lezen, hij heeft dyslexie. Ze probeert mij te overtuigen dat we misschien naar een tijd gaan dat mensen niet meer moeten lezen. Ik zou vroeger niets gezegd hebben en nu stop ik haar: Gij uw idee en ik het mijne. Met die collega is het anders: als ik iets zeg, zegt ze altijd het tegenovergestelde! Alsof ze alles beter weet, alsof ik niets weet!’
Noem eens een voorbeeld? ‘Over belachelijke dingen. Dat kan over het weer gaan, over alles eigenlijk! Ik ken mensen met kinderen, die veel reizen en nu willen ze twee jaar naar Thailand. Maar die kinderen hebben toch schoolplicht? Die collega corrigeert mij constant en zegt meteen dat zoiets leerplicht heet. Ik heb dan de neiging om te zwijgen, zo van laat maar… ik word er zo moe en geïrriteerd van. Het is zo’n wijsneus, ze denkt dat ze alles beter weet. Oké, ze is zeer praktisch… dat geef ik toe, maar toch niet over alles. Ze geeft mij het gevoel dat ze alles beter weet.

Niet flink genoeg
Vertel eens wat meer over dat lastig en geïrriteerd voelen. ‘Ik zou daar soms iets van willen zeggen. Ik vind het dan niet de moeite, maar dat is ook wat laf. Zo blijft het duren. Ik werk bij de kinderopvang en er moest een brandoefening gedaan worden. Mijn collega bepaalde toen wat ik wel en niet moest doen en deelde zichzelf gemakkelijke taken toe. Ze zei dat we het gelijk moesten doen, maar ik zei: we doen het niet. Uiteindelijk is het niet doorgegaan en achteraf moesten we er wel om lachen. Ik heb dat tegenwoordig wel vaker.
Ik ben niet flink genoeg om te zeggen wat ik denk, bijvoorbeeld tegen mijn ex, terwijl mijn dochter dat wel durft. Of tegen een vriendin van mij, die serieus arrogant kan zijn.
Ze is heel knap, ziet er nog goed uit ook maar fladdert van hier naar daar en maakt niets af. Toch hemelt zij zichzelf altijd op… ze draait het zo dat alles, alles, alles, wat ze doet zo speciaal is. Ik zou haar willen zeggen daarmee te stoppen. Al jaren is zij een goede vriendin, maar al jaren is het niet meer plezant… voor mij hoeft het niet meer. Ik heb al duizendmaal gehoord hoe geweldig de mensen haar vinden.’
Welk gevoel geeft ze jou? ‘Vroeger als ze zichzelf ophemelde, dacht ik: wie ben ik dan? De laatste jaren niet meer en de laatste tijd heb ik inderdaad zoiets van: je kunt inderdaad van alles, maar je geraakt ook niet vooruit… evenmin als wij.’
Evenmin als wij? ‘Ik heb ook andere studies gedaan, maar zit nog in de kinderopvang omdat ik te onzeker ben en niet durf. Die vriendin waarmee ik ga lopen, is ook een vriendin aan huis en die geeft ook toe wat haar niet lukt. Terwijl die arrogante vriendin doet alsof ze het allemaal beter kan. Ze geeft mij het gevoel dat ik een stuk minder ben dan zij, maar het vervelendste is dat ik het haar niet durf te zeggen en als je blijft zwijgen, blijft er van de vriendschap niets over.’

Angstwekkend
Hoe is het met de kinderen? ‘Ze zitten midden in de examenperiode. Mijn zoon doet niets en vanmiddag heb ik een gesprek met zijn juf waar mijn ex schrik van heeft omdat hij zijn afspraken niet nakomt. Ik vind het niet goed dat mijn zoon bij zijn vader woont, toch weet ik niet wat te doen. Niets zeggen is laf, maar mijn ex is een agressief mens. Het kan zo erg worden dat hij niet meer nadenkt. Ik zal u vertellen waanneer ik bij hem ben weggegaan: hij stond zijn pistool te laden… zijn zwager stond erbij, ze gingen samen hout hakken. Omdat mijn ex nooit iets zei, vroeg ik aan zijn zwager wanneer ze zouden terugkomen. Mijn ex werd zo boos dat hij zijn pistool laadde. Zijn zwager kalmeerde hem, maar voor mij was het zo angstwekkend dat ik voor goed ben weggegaan. Hij kan zo dreigend overkomen… ik durf mij niet te verzetten. Eigenlijk heb ik officieel het co-ouderschap en zou ik een sociaal onderzoek kunnen laten instellen, maar of het wat zou uithalen? Hoe kan ik de kinderen verplichten bij mij te blijven? Eigenlijk heb ik heel sterk het gevoel dat mijn zoon beschermd moet worden. Hij wilde niet groot worden, wou baby blijven. Mijn ex ziet dat niet. Ik voel me zo machteloos… het gevoel dat ik iets moet doen, maar ik weet niet of en hoe. Ik moet iets doen. Het is zo zwak van mezelf… ik verschuil me daarachter: ik weet niet wat te doen, uit schrik voor mijn ex.’ 

Analyse
De patiënt geeeft drie voorbeelden van reacties, die ze de afgelopen weken heeft gehad op mensen uit haar nabije omgeving. Tegen haar collega, de wijsneus, zegt ze: ‘Dit doe ik niet!’ Tegen een vriendin naar wie ze opkeek, zegt ze: ‘Je bent maar zoals wij.’ Ze ergert zich aan het feit dat haar zus haar ideeën wil opdringen. Plus ze overweegt de situatie met man en kinderen, die haar niet zint, te herzien. Wanneer een persoon zegt: dit wil ik, dit vind ik, dit doe ik, dan is die kennelijk ‘iemand’... aan het worden. Ik schrijf daarom Sac lac voor.

 

Bronnen:
* The Charm of Homeopathy: Anne Vervarcke.
* Postgraduate Annual 2006 - Life and video cases: Anne Vervarcke.